Eén kind - Eva Kelder

Posted by | december 15, 2015 | Korte verhalen | No Comments

Gepubliceerd op Shortreads: Een nieuw platform voor korte verhalen rond de actualiteit, geschreven door veelbelovende auteurs.


Shao vroeg zich wel eens af hoe het moest voelen om geen teleurstelling te zijn. Hoe zag de wereld er dan uit? Ze kon zich er niets bij voorstellen.

Het was een goed jaar, het jaar waarin zij geboren werd. 1980, het jaar van de aap. Niks bijzonders zou je zeggen, maar de oogst was rijk en er stierven minder kinderen dan het jaar daarvoor. Minder jongetjes om precies te zijn. Shao hadden haar ouders haar genoemd, de lachende. Weinig was onrechtvaardiger dan dat. De keren dat alle blikken verwachtingsvol op haar gericht waren, waren allang niet meer op één hand te tellen. Nooit maakte ze een grap die aan de verwachtingen voldeed, ze kon eenvoudigweg niets bedenken dat het leven licht maakte. Was het anders geweest als haar broertje was blijven leven? Het was een onzinnige vraag. Als haar broertje was blijven leven, was zij er nooit geweest.

Een keer nam haar vader haar mee naar de stad in de bocht van de rivier, hij had wat zaken af te handelen. Niets voor meisjes, dus bleef zij buiten staan aan de voet van een groot gebouw waarin haar vader verdween. In de etalage van een electronicawinkel zag Shao zoveel dingen die ze nooit eerder in haar leven had gezien, dat ze achteruit deinsde en bijna tegen een vrouw met een kinderwagen opbotste. “Kijk,” zei de vrouw, “zo doen ze dat in andere landen. Net konijnen.” Ze wees naar een televisiescherm. Zes meisjes en drie jongetjes, telde Shao snel. Samen met hun ouders zaten ze aan een ronde tafel gedekt met schalen en kommen waarop vreemd voedsel lag te pronken. Aan de muur hing een familieportret, de kinderen droegen petjes op hun hoofd en de vader hield een geweer vast. De kinderen aan tafel lachten, ook de meisjes, en praatten door elkaar heen. Zo zag het leven er dus uit als je niet alleen was, dacht Shao. Ze raapte een steen van de straat en woog hem in haar hand. In de weerspiegeling van de ruit keek ze naar de vrouw naast haar: “Ja, vies volk.”